De geschiedenis


De geschiedenis van SSR begint in Leiden in het jaar 1886. Daar richten vijf Leidse en Amsterdamse studenten, de S.S.R.-unie Hendrik de Cock op, naar de naam van de eerste predikant van de Afscheiding. Hun doel is het bewaren en verdedigen van het gereformeerde geloof aan de in de 19e eeuw vrijwel totaal verhumaniseerde universiteiten.

Naast de Unie van Hendrik de Cock, wordt er op 10 oktober 1898 nog een vereniging opgericht: Collegium M.E.D.I.C.U.S. Een groot verschil tussen HdC en M.E.D.I.C.U.S. is de grondslag van de vereniging, namelijk M.E.D.I.C.U.S. heeft een orthodox-protestants karakter (Calvinisme).

Op 20 oktober 1889 vindt er een splitsing plaats binnen de Unie, er wordt een aparte afdeling opgericht voor Amsterdam en voor Leiden. De Unie (afdeling Amsterdam) besloot haar standpunt te verbreden, en in 1901 besloten Hendrik de Cock en M.E.D.I.C.U.S. om samen te gaan. Bij het samengaan was het uitgangspunt van de nieuwe vereniging een interkerkelijk gereformeerde grondslag (M.E.D.I.C.U.S.), terwijl de vereniging zelf Hendrik de Cock bleef heten. Na de samensmelting werd er naast Collegium M.E.D.I.C.U.S. een nieuw dispuut opgericht, genaamd A.P.E.D.A.S.

In 1905 werd de naam veranderd: S.S.R. (Societas Studiosorum Reformatorum). Vanwege de groei van het aantal nieuwe leden werd er in 1906 een nieuw dispuut opgericht, S.E.S.A.M. Maar na deze groei volgde er echter een flinke terugslag, meningsverschillen wat betreft de interpretatie en handhaving van de grondslag en de plaats van het gezelligheidsleven in de vereniging waren hiervan de oorzaak. Op 24 januari 1916 krijgt S.S.R.A. haar eerste vrouwelijk lid, zij sluit zich aan bij het Collegium M.E.D.I.C.U.S. In de jaren twintig gaat het weer wat beter. E.Q.E.V., de gereformeerde meisjesvereniging, wordt in S.S.R. opgenomen en deze meisjes vormen in Amsterdam het dispuut C.E.A. Ongeveer tegelijkertijd wordt het herendispuut D.E.P.A.S. opgericht.

De verhoudingen tussen de disputen verliepen in Amsterdam al vanaf het begin af aan moeizaam, doordat de eerste twee disputen eigenlijk twee verschillende verenigingen waren. Dit leidde tot de uitspraak van een andere S.S.R.: dat de disputen daar alles zijn en de afdeeling niets, en waar het afdeelingsbestuur niet de minste macht heeft over de disputen. Maar in de jaren dertig lijkt dit te verbeteren en konden de nieuwe disputen S.E.Q.E.U.N.D.A. (1931), S.E.M.P.E.R. (1934) en het tweede meisjesdispuut M.A.T.E.S.Ch.A. (1933) behoorlijk in de afdeling geïntegreerd worden. Zo werd toen ook de barettenkwestie die heerste onder de disputen eindelijk opgelost, al bleef M.E.D.I.C.U.S. een uitzondering vormen.

Na de capitulatie van Nederland in mei 1940, overvielen de Duitsers het land al snel met de ene na de andere voor Joden discriminerende maatregel. Aanvankelijk had men nog gehoopt dat de Duitsers zich zouden houden aan het landoorlogreglement, echter deze hoop bleef ijdel. Op 23 oktober verordenden de Duitsers dat Joden geen lid meer mochten zijn van niet-economische verenigingen, een aanleiding voor vele studentenverenigingen om de deuren te sluiten. Waarom is niet precies bekend, maar de S.S.R.A. bleef open. Met dit besluit konden weinig leden zich verenigen en het ene lid na het andere zegde zijn lidmaatschap op. Na vele oproepen van de leden ging S.S.R.A. toch over tot het sluiten van haar deuren in de winter van 1941-42. Dit betekende niet dat er ook een einde kwam aan het studentenleven, het dispuutsleven bruiste nog volop, vooral in de spertijd. Na de oorlog heropende S.S.R.A. haar deuren maar dit betekende niet dat alle interne problemen opgelost waren. Er heerste een grotere verdeeldheid dan ooit en wel over de grondslag der S.S.R. De oorlog had bij velen een impuls gegeven aan de gedachte dat de vereniging ook opengesteld moest worden voor andersdenkenden.

Het was met name Amsterdam dat pleitte voor het openstaan voor andersdenkenden, de overige leden van S.S.R. bleven volhouden aan de conservatie beginselen van de vereniging. De kwestie escaleerde tijdens een unievergadering van S.S.R., toen de Amsterdamse afgevaardigde het vraagstuk voorlegde. Men besloot die nacht nog in te grijpen en een commissie werd opgericht om de zaak te onderzoeken. Dat er zo'n belang aan deze kwestie werd gehecht blijkt wel uit het feit dat zelfs de reünisten zich ermee gingen bemoeien. De ontknoping vond plaats op het Uniecongres van 1950. De reünisten hadden hier een moderamenverklaring afgelegd en riepen de leden op trouw te blijven aan de grondslag van S.S.R. De uitslag van de stemming over de moderamenverklaring liet geen plek over voor onduidelijkheid: met 60 stemmen voor en 9 tegen werd de Amsterdamse leer de deur gewezen. Amsterdam legde zich hierbij neer wat tot grote ontevredenheid bij de leden leidde.

M.E.D.I.C.U.S., S.E.S.A.M., S.E.Q.U.E.N.D.A., M.A.T.E.S.Ch.A. en de helft van D.E.P.A.S. verlieten de vereniging korte tijd later. A.P.E.D.A.S. sloot zich aan bij het ASC, M.A.T.E.S.Ch.A. nam het voortouw in de oprichting van een nieuwe vereniging, A.U.D.E.S. genaamd. Beide verenigingen hielden hun sociëteit op Pylades. A.U.D.E.S. was echter maar een kort leven beschoren. M.A.T.E.S.Ch.A. en de helft van D.E.P.A.S. keerde in 1954 weer terug naar S.S.R.A., S.E.S.A.M. en S.E.Q.U.E.N.D.A. volgden in 1956 en M.E.D.I.C.U.S. sloot in 1963 de rij.

De jaren zestig vormden een tijd van verandering en discussie. In 1962 komt het eerste nummer van het verenigingsblad Dialegomen uit. In 1966 wordt gepleit voor het afschaffen van de uiterlijke kenmerken van het groenen, zoals het kaalscheren. In de jaren zeventig verdwijnen de puntjes definitief tussen de letters SSRA. Het aantal HBO-leden stijgt beperkt en tevens is SSRA nu een jongerenvereniging. Tijdens de jaren worden vele nieuwe disputen opgericht; welke op dit moment nog actief zijn.

De jaren tachtig beginnen niet goed. Er melden zich weinig nieuwe leden aan en men legt een geringe betrokkenheid bij de vereniging aan de dag. Ook de mensa loopt slecht en wordt op het laatste moment voor sluiting behoed. Na 1982 beginnen betere tijden. Nieuwe disputen komen kijken.

In de jaren negentig wordt de SSRA weer een studentenvereniging in plaats van een jongerenvereniging. En er is een groot festijn: het 110 jarige bestaan van SSRA. De kentijd van 1994 was voor SSRA een overwinning op alle verenigingen die Amsterdam rijk is. SSRA spande de kroon met ruim 300 aanmeldingen. Deze lijn heeft de vereniging de afgelopen jaren door kunnen zetten.
(c) 2010 SSRA | Site Gopublic